ICCLR onderwijsjaar 2024-2025
Naar aanleiding van een recent artikel waarin Mohamed Baajour, die op 20 januari 2026 in Utrecht is uitgenodigd voor een lezing, wordt aangeduid als “haatprediker”, acht het Islamitisch Cultureel Centrum Leidsche Rijn (ICCLR) het noodzakelijk om publiekelijk te reageren en nadere context te bieden.
De spreker is door ICCLR uitgenodigd voor een religieuze lezing ter voorbereiding op de maand Ramadan. Het thema van de avond is gebaseerd op het Qur’an-vers “Gedenk Mij, en Ik zal jullie gedenken” en richt zich op persoonlijke bezinning, oprechtheid in aanbidding, morele zelfdiscipline en het verdiepen van de innerlijke relatie met God. De bijeenkomst heeft een strikt spiritueel en niet-politiek karakter en past binnen de betekenis van Ramadan als periode van rust, reflectie en zelfverbetering.
De betreffende spreker staat bij ICCLR bekend als iemand die zich in zijn lezingen richt op persoonlijke verantwoordelijkheid, morele bewustwording, spirituele groei en het versterken van de relatie met God. Zijn boodschap is nadrukkelijk gericht op introspectie, zelfverbetering en het vermijden van schadelijk of ontwrichtend gedrag. Het door sommige media geschetste beeld wordt door ICCLR niet herkend en als onvolledig en onvoldoende onderbouwd beschouwd.
ICCLR hanteert strenge criteria bij het selecteren van sprekers. Deze omvatten onder meer een screening op haatzaaiing, oproepen tot geweld, discriminatie of ondermijning van de democratische rechtsorde, waarbij meerdere bronnen worden geraadpleegd. Daarnaast dienen lezingen altijd binnen de grenzen van de Nederlandse wetgeving te vallen en aan te sluiten bij de maatschappelijke missie van ICCLR: het bevorderen van innerlijke bezinning, sociale rust en constructieve participatie van moslims binnen de Nederlandse samenleving. In het specifieke geval van deze spreker zijn geen bevindingen gedaan die een blokkade zouden rechtvaardigen. Ook vanuit de Nederlandse veiligheidsinstanties zijn geen bijzonderheden kenbaar gemaakt.
ICCLR betreurt de lichtzinnigheid waarmee de politiek zich publiekelijk uitlaat over deze kwestie en ons instituut op basis van losse citaten, contextloze fragmenten of secundaire bronnen, zonder hoor en wederhoor of zorgvuldige toetsing aan juridische normen. Dit leidt tot verdere stigmatisering en staat haaks op de bestuurlijke zorgvuldigheid die van de overheid verwacht mag worden. Naast ondermijning van het vertrouwen draagt dit eveneens bij aan polarisatie en maatschappelijke spanningen.
In dit kader acht ICCLR het van belang te wijzen op het principe van gelijke toepassing van juridische maatstaven. In Nederland wordt aan uiteenlopende en soms zeer controversiële publieke figuren toegang verleend tot het land en zelfs tot publieke of politieke podia. Dit onderstreept dat binnen de Nederlandse rechtsstaat niet de persoon of levensbeschouwing doorslaggevend is, maar het handelen binnen de geldende wettelijke kaders. Deze kaders dienen voor iedereen gelijk en consequent te worden toegepast.
ICCLR blijft zich vanuit deze overtuiging inzetten voor transparantie, dialoog en een vreedzame, verantwoordelijke religieuze praktijk, binnen de kaders van de Nederlandse rechtsstaat en met respect voor de grondwettelijke vrijheden van godsdienst en meningsuiting.
